Bureau voor subsidie- en fondsenwerving

Codes

De tijd van zet drie mensen bij elkaar en je hebt een stichting, liggen achter ons. Er zijn vele initiatieven met mooie idealen en ideeën. Dat kan gaan om sport maar ook om cultuur, kunst, zorg of nabuurschap. Deze initiatieven konden en kunnen een beroep doen op filantropische organisaties en fondsen. De tijdsgeest is echter wel verandert. Verzoeken om donaties en/of funding worden tegenwoordig anders gewogen en vragen steeds meer van de aanvragende organisatie in juridisch, organisatorisch en financieel opzicht. Funders worden ook steeds meer professionele instanties en gaan verantwoording afleggen aan de buitenwacht. En dat verschilt natuurlijk wel in bepaalde mate of je met een landelijk fonds of een lokaal fonds te maken hebt.

Lokale fondsen kennen vaak wel het eigen netwerk binnen de eigen regio en hebben inzicht in wat er leeft. Zij zijn nog steeds geneigd om vanuit goed vertrouwen en een goed gevoel een project te ondersteunen. Dat ligt anders bij landelijke of bovenregionale fondsen. Zij zijn aanvragen veel meer aan de hand van voorwaarden en thema’s op inhoud gaan beoordelen. En stellen daarbij ook voorwaarden aan de inrichting en de status van de organisatie. Veelal moet er sprake zijn van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Tevens moet er sprake zijn van een onafhankelijk bestuur. Dat wil zeggen dat het bestuur verantwoordelijk is voor controle en toezicht en de uitvoering door de onderliggende organisatie wordt gedaan. Dat kunnen vrijwilligers zijn maar ook ingehuurde krachten. In ieder geval mag er tussen het bestuur en de uitvoerende organisatie geen tegenstrijdig belang zijn. Een bestuurslid kan bijvoorbeeld niet zijn eigen bedrijf inhuren. En dat is tevens de basis voor de good governance code.

 Good governance code

De governance code biedt een normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties. Governance gaat over het besturen en de continuïteit van organisaties. Daarnaast speelt governance een belangrijke rol in het vertrouwen en de legitimiteit die de organisaties in de buitenwereld genieten. Bewust omgaan met governance is essentieel voor de versterking van culturele organisaties en voor een gezonde sector. De code is bedoeld voor alle culturele organisaties, ongeacht rechtsvorm, besturingsmodel, financier(ing) en omvang.

 Bewust omgaan met de code

De code is een instrument voor goed bestuur en toezicht en gaat over het gehele besturingsproces van een organisatie: beleid, besluitvorming, uitvoering, toezicht en verantwoording. De Code helpt bestuurders en toezichthouders bewust te reflecteren aan de hand van vragen als: ‘Hoe doen we het eigenlijk?’, ‘Waarom doen we het zo?’ en ‘Wanneer doen we het goed?’. Het gaat er niet om dat we alle regels kunnen afvinken, maar of er sprake is van bewust handelen.

Het toepassen van de code is tegenwoordig feitelijk een vereiste bij aanvragen bij vermogensfondsen. Het gaat er niet om of we alle regels kunnen afvinken, maar of er sprake is van bewust handelen. over het besturen van de eigen organisatie, het houden van toezicht, het afleggen van verantwoording en een goede omgang met alle belangrijke stakeholders en relaties, dat zegt ook iets over marktconforme afspraken met derden. Dat leidt dan weer naar de fair practice code

 Fair Practice Code 

De code vraagt aan alle betrokkenen om zich gezamenlijk in te zetten voor fair pay, fair share en fair chain: een eerlijke, transparante bedrijfsvoering en respectvol, solidair en in vertrouwen met elkaars belangen rekening houden. Dat betekent dat organisaties handelen vanuit een overeengekomen normatief kader. De vijf waarden van de code zijn: solidariteit, diversiteit, vertrouwen, duurzaamheid en transparantie.

De code vertaalt deze naar concrete richtlijnen en afspraken. Zo staat solidariteit voor het maken van eerlijke afspraken over vergoeding voor werk en rechten. Transparantie houdt in dat openheid over tarieven, strategie en begroting voorwaardelijk is voor vertrouwen en samenwerking.

Duurzaamheid veronderstelt investeringen in kwaliteit van werken door scholing, HR-beleid en afspraken over verzekering en pensioenen om de potentie en motivatie van kunstenaars en creatieven op de lange termijn te borgen.

Diversiteit onderstreept de noodzaak – in alle opzichten – van de zorg en implementatie en verwijst naar code culturele diversiteit. Vertrouwen moet de belangrijkste basis zijn voor opdrachtgevers én -nemers om kwaliteit en waarde van het artistieke product vast te stellen in plaats van alleen kwantitatieve gegevens.

Code diversiteit

Diversiteit blijft een centraal thema in het publieke debat. De cultuursector is nog altijd geen afspiegeling van de Nederlandse samenleving: een samenleving die alleen maar diverser wordt.

Van origine was de code gericht op culturele diversiteit maar er was binnen de sector behoefte om die code verder te verbreden. De code richt zich nu op alle vormen van verschil, zoals gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd.

In het beleid zal het nodig blijven onderscheid te maken op deze onderdelen. Soms kunnen maatregelen samenvallen, soms is het nodig apart te kijken naar wat er speelt op het gebied van huidskleur, religie of handicap binnen een organisatie.

De code culturele diversiteit en Inclusie biedt een kapstok om integraal op het terrein van het Personeel, Publiek, Programma en Partners diversiteitsbeleid te ontwikkelen.

Ten slotte

Het culturele veld is zelf verantwoordelijkheid om de codes al dan niet toe te passen maar zowel de Rijksoverheid als de (Rijks)cultuur- en vermogensfondsen zullen in het kader van subsidieaanvragen navraag doen of de codes wordt gehanteerd en in welke mate. Vanuit het principe ‘pas toe of leg uit’ zal een organisatie uitleg moeten geven over in welke mate het actief is met de Code.

Good governance code, code diversiteit en inclusie, fair practise code